Menu Filter Paginamenu

Invesco in De Tijd: 'Gunstige beurswind is niet voorbij'

News | 04 oktober 2017 | De Tijd

 

Ook volgend jaar ziet het er goed uit voor Europese aandelen, want we zijn nog lang niet op de top van de economische cyclus. Dat zegt John Greenwood, hoofdeconoom van Invesco.

John Greenwood is al sinds 2009 optimistisch over de aandelenmarkten. ‘Dat pas ik ook op mezelf toe. Ik heb een eigen woning, maar daarnaast zit zowat mijn volledige spaargeld in aandelen’, vertrouwt hij ons toe. Vooral over Europa is hij positief. ‘Het Europese economische herstel wint duidelijk vaart. We merken dat aan zowat alle indicatoren. De groei gaat richting 2 procent, wat weliswaar nog bescheiden is, maar wat het mogelijk maakt de beurzen geleidelijk te laten stijgen. Bovendien nemen de bedrijfswinsten fors toe en wordt de groei voornamelijk gedragen door het herstel van de binnenlandse vraag. Ik verwacht dat 2018 wordt zoals 2017: mooie, maar geen spectaculaire beurswinsten in Europa. We zitten nog steeds in de opgaande economische fase (zie grafiek), terwijl de VS al iets verder staan.’

Economische cyclus

Greenwood maakt zich druk over de vele onheilsvoorspellers. ‘Sommigen stellen dat we een zeepbel aan het vormen zijn. Maar ik zie geen bubbels. Voor 2008 wel: toen had je een combinatie van hoog oplopende koersen en een forse toename van de schulden. Dat laatste is nu compleet afwezig. Het klopt dat als een oorlog tussen de VS en NoordKorea uitbreekt, de beurzen een klap zullen krijgen. Maar daar kun je als belegger toch geen rekening mee houden? Er zijn altijd wel ergens geopolitieke spanningen.’

Greenwood is een van de bekendste veteranen in de wereld van het vermogensbeheer. Sinds 1974 is hij hoofdeconoom van Invesco, dat met 900 miljard dollar onder beheer bij de tien grootste geldbeheerders ter wereld hoort. Greenwood geniet een hoge status als specialist in monetaire politiek. In 1970 begon hij bij de Bank of Japan. In 1983 redde hij de Hongkongse dollar met zijn voorstel om de munt aan een korf andere munten te koppelen. Hij maakt nog steeds deel uit van de valutaraad van Hongkong, en heeft ook een zitje in het schaduwkabinet van de Bank of England.

Het Europese beheer van Invesco gebeurt grotendeels vanuit Henley-on-Thames, een rustig middeleeuws plattelandsstadje ten noorden van Londen. ‘Een bewuste keuze, want dan worden de beheerders niet afgeleid door het hectische van de stad. Bovendien vestigen de meeste personeelsleden zich in de buurt, waardoor er minder jobhopping gebeurt dan in de City. Standvastigheid is cruciaal in het langetermijnbeheer’, legt hoofdstrateeg Nick Mustoe uit.

Het is een mythe dat een krappe arbeidsmarkt tot een stijging van de inflatie leidt.”

John Greenwood, hoofdeconoom Invesco

Twee mythes

‘Sommige onheilsprofeten voorspellen een galopperende inflatie, waardoor beleggers activa kopen die bescherming bieden tegen de oplopende consumentenprijzen. Doe dat niet! De vrees voor inflatie spruit voort uit twee mythes waarin velen geloven maar die gewoon niet kloppen. De eerste is dat grotere overheidsuitgaven en de daarmee gepaard gaande begrotingstekorten de inflatie doen stijgen. Vooral de Duitsers denken dat nog. Maar de jaren onder de Amerikaanse president Ronald Reagan (1981-1989) bewijzen het omgekeerde: hogere deficits gingen gepaard met lagere rentevoeten, met dank aan de rentepolitiek van de toenmalige Federal Reserve-voorzitter Paul Volcker. Zelfs indien Trump slaagt in zijn grote investerings- en belastingplannen en het Amerikaanse begrotingstekort daardoor uitdiept, zal de inflatie in de VS niet fors toenemen.’

‘De tweede mythe is dat een krappe arbeidsmarkt tot een stijging van de inflatie leidt. Die theorie, die we de Phillipscurve noemen, gaat al jaren niet meer op.’

Een populaire verklaring voor dat laatste is dat de nieuwe technologie en de toename van de irreguliere en goedkope tewerkstelling de prijzen matigen. Maar dat is niet de enige verklaring volgens de econoom. ‘Alles is terug te voeren tot de geld- en kredietgroei - of liever het gebrek daaraan - want die is bepalend voor de inflatie. Sinds de financiële crisis is het gedrag van de banken veranderd. Wegens de strengere regulering hanteren ze striktere kredietvoorwaarden. Dat heeft ertoe geleid dat de bedrijven en de gezinnen wereldwijd hun schulden hebben verminderd, wat de inflatie tegenhoudt.’

Brexit

Omdat de Federal Reserve (Fed) zijn balans gaat afbouwen en ook de Europese Centrale Bank (ECB) aanstalten maakt om dat te doen, zal de geldgroei in het Westen - en dus ook de inflatie - worden afgeremd, meent Greenwood. ‘De Fed gaat in 4,5 jaar voor 2.000 miljard dollar obligaties verkopen. Iemand zal die moeten kopen, waardoor de deposito’s van de banken zullen dalen en ze dus minder geld ter beschikking zullen hebben om uit te lenen en in de economie te stoppen. Dit is het tegenovergestelde van geldcreatie: de centrale banken halen geld uit de markt.’

‘Het grootste risico voor de economie is dat de Fed of de ECB fouten maakt in de afbouw van hun balansen’, meent de econoom. ‘Het zal geleidelijk moeten gebeuren, en zal bij grote neveneffecten tijdelijk stopgezet moeten worden.’

De Brit Greenwood is opmerkelijk optimistisch over het VK na de brexit. ‘De Britse groei ligt ver boven die van de eurozone. Als we de invoertarieven die de EU voor niet-EU-landen hanteert kunnen schrappen, kan het VK zijn prijzen op de wereldmarkt met zo’n 8 procent laten zakken. Onze bedrijven kunnen hun mannetje staan.’

'Koop tegen de juiste prijs'

‘Aandelen zijn aantrekkelijk, maar niet alle aandelen zijn daarom koopwaardig. Zelfs goede bedrijven kunnen een slechte investering zijn als je er te veel voor betaalt.’ Dat benadrukt Jeff Taylor, hoofd Europese aandelen van Invesco. De beheerder heeft vooral een boon voor zogeheten waardeaandelen. Dat zijn bedrijven met historisch lage waarderingen tegenover hun nettowinsten, cashflows of dividenden. Het gaat onder meer over de oliesector, nuts- en telecombedrijven en banken.

‘We gaan er ook van uit dat de rente zal stijgen. De sectoren die dan goed scoren, zijn de banken en verzekeraars, materialen, leveranciers van industriële goederen en diensten, grondstoffen en technologie. Maar mijd de sectoren die zich eerder gedragen als obligaties, zoals voedings- en drankenbedrijven, gezondheid en vastgoed.'

 

Bron: De Tijd